Gezondheid

Bloedonderzoek

 
De uitkomst van een bloedonderzoek moet altijd kritisch bekeken worden door een Dierenarts. Wanneer er vragen zijn over de uitslagen van een bloedonderzoek te allen tijde raad vragen aan uw dierenarts. Nooit zelf conclusies trekken. U zou ook ten onrechte ongerust kunnen zijn.

Soms is het raadzaam, vooral bij oudere katten, bij de jaarlijkse enting bloed af te nemen en het bloedbeeld door de Dierenarts te laten beoordelen. Soms komen problemen eerder aan het licht en kan op tijd gestart worden met een behandeling.

Bloedwaarden uitgelegd:

Kreatinine is een maat voor de nierfunctie

Kreatinine is een afbraakproduct van kreatine, dat in spierweefsel voorkomt. Onder normale omstandigheden is het gehalte aan kreatinine in het bloed continu redelijk constant op een bepaald niveau, omdat het constant via de nieren wordt uitgescheiden. De hoeveelheid kreatinine in het bloed is een maat voor het uitscheidingsvermogen van de nieren. Helaas zien we bij een nierprobleem pas een duidelijke stijging van het kreatinine gehalte in het bloed als al 60% van de nierfunctie verloren is gegaan. Bij sterk gespierde honden en snelle vermagering zien we hoge kreatinine waarden; bij magere honden met weinig spieren een laag gehalte aan kreatinine.
Normaalwaarden
Hond : 27 - 115 umol/l
Kat     : 27 - 141 umol/l
* Lage waarden:
Dieren met weinig spieren
Te korte tijd tussen bloedafname en meting
* Hoge waarden:
Verminderde nierfunctie door acuut of chronisch nierlijden
Uitscheiding via de nieren minder door uitdroging of shock
Afsluiting urinewegen (kater)
Plasma is rood door kapotte rode bloedcellen (hemolyse)
Getrainde dieren met veel spiermassa
Suikerziekte (en slecht eten!)
Behandeling met een antibioticum uit de groep cephalosporinen

Ureum is een maat voor de nierfunctie

Ureum wordt in de lever gevormd uit ammoniak, dat voor het grootste deel afkomstig is uit de afbraak van eiwitten. Het wordt voor het grootste deel uitgescheiden via de nieren. De bepaling van ureum zegt dus iets over de ureumproductie in de lever en over de uitscheidingscapaciteit van de nieren. Om invloed van voedseleiwitten uit te sluiten, is het beter om de patiŽnt 12 uur te laten vasten vůůr bloedafname.
Normaalwaarden
Hond : 2.5 - 8.9 mmol/
Kat     : 3.6 - 10.7 mmol/l
* Lage waarden:
Verminderde leverfunctie
Minder eiwitopname via het voedsel
Minder afbraak van lichaamseiwit (anabole steroÔden)
Verhoogde urineproductie
* Hoge waarden:
Verminderde nierfunctie door acuut of chronisch nierlijden
Verhoogde afbraak van eiwitten: hoge eiwitopname via de voeding, koorts met verhoogde stofwisseling bij bijv. een te snel werkende schildklier of gebruik van prednison.
Verminderde nierdoorbloeding: uitdroging, bloedverlies, shock, lage bloeddruk door verminderde hartfunctie.
Ziekte van Addison
Afsluiting van de plasbuis, o.a. bekend bij de kater (FLUTD)

AF is o.a. een maat voor leverproblemen en botafwijkingen

AF is een enzym, dat door verschillende organen wordt geproduceerd. We meten de AF die door levercellen en beencellen wordt geproduceerd. Een verhoging van AF zegt alleen iets, als die verhoging minimaal 2 keer de maximale normaalwaarde is en moet altijd in samenhang met andere metingen beoordeeld worden; bij vermoeden van leverlijden altijd de galzuren meten. Deze meting zegt bij katten veel minder dan bij honden.
Normaalwaarden
Hond: < 150 U/l
Kat    : < 90 U/l
* Lage waarden: geen betekenis
* Hoge waarden:
Leveraandoeningen: gestoorde galafvoer, acute en chronische leverontstekingen
Jonge dieren (normaal)
Toediening van prednison
Ziekte van Cushing
Toediening van bepaalde narcose middelen (barbituraten)
Ingrijpende of uitgebreide botaandoeningen.

GPT is een maat voor levercelbeschadiging

GPT komt vrij in het bloed bij beschadiging van levercellen. Dat kan een geringe beschadiging zijn die snel herstelt, maar ook bij zeer ernstig levercelverval. Een verhoging van GPT zegt alleen iets, als die verhoging minimaal 2 keer de maximale normaalwaarde is en moet altijd in samenhang met andere metingen beoordeeld worden; bij vermoeden van leverlijden altijd de galzuren meten. Het is een waardevolle bepaling bij zowel hond als kat.
Normaalwaarden:
Hond : < 118 U/l
Kat     : < 100 U/l
* Lage waarden: geen betekenis
* Hoge waarden:
Acute en chronische (actieve) leverontsteking
Koorts, geringe belasting met giftige stoffen of medicijnen,
darmontsteking: geringe verhoging.
Ernstige vergiftiging
Leverbeschadiging door ongeval
Levertumoren (bij uitzaaiingen vaak niet verhoogd!)
Galwegontsteking
Fatty liver syndroom bij de kat
Shock

Glucose (=suiker) bepaling is vooral van belang bij suikerziekte (diabetes mellitus)

Teveel glucose in het bloed wordt o.a. veroorzaakt doordat het hormoon "insuline" niet meer in staat is om de suikerverbranding voldoende te laten plaats vinden. Bij het vinden van te veel glucose in de urine moet altijd de glucose spiegel in het bloed gemeten worden. Het kan namelijk ook zijn, dat er glucose in de urine terecht komt door een verlies van suiker via de nieren. In dat geval is de bloedsuikerspiegel te laag. Bij suikerziekte komt glucose in de urine terecht omdat er te veel in het bloed zit. Insuline therapie wordt nooit gestart op basis van alleen een urine onderzoek; het zou een dodelijke injectie kunnen betekenen.
Normaalwaarden:
Hond : 3.3 - 6.1 mmol/l
Kat     : 3.9 - 8.3 mmol/l
* Lage waarde:
Te veel insuline gespoten bij een suikerziekte patiŽnt
Tumor van de alvleesklier waardoor teveel insuline wordt geproduceerd
Ziekte van Addison
Ondervoeding
Toy breed hypoglycemie
* Hoge waarden:
Na een maaltijd (gering verhoogd)
Stress (kat!)
Suikerziekte
Voorstadium suikerziekte, direct in aansluiting op de loopsheid
Ziekte van Cushing
Toediening van prednison

Globulinen maken 38 % uit van de eiwitten in het bloed van kat en hond, de andere 62 % bestaat uit eiwitten die de vloeistofdruk onderhouden (vrnl. Albumine) en uit Fibrinogeen, een eiwit die de stolling in het bloed regelt. Een toename van de waarde van de totale eiwitten in het bloed van de komt o.a. voor bij bepaalde fysiologische omstandigheden waaronder uitdroging en kanker van het beenmerg en het bloed. Een daling van deze waarden kan worden geassocieerd met ondervoeding, inwendige bloedingen en lever-en nieraandoeningen. Lage niveaus aan globuline kunnen vcorkomen bij aandoeningen van het immuunsysteem, zoals infecties en immuun-gemedieerde ziekten. Hogere globuline waarden worden gezien bij stress, uitdroging, bloedziekten, leverziekten, hart- en vaatziekten, allergiŽn, diabetes en arthritis.
Normaalwaarden:
Hond : 54 - 82 gr/l
Kat     : 54 - 82 gr/l

Te hoge cholesterol gehaltes in het bloed zijn ook bij de hond een welvaartsverschijnsel welke door de huidige levenswijze veroorzaakt worden. Het leidt tot een reeks van gezondheidsproblemen (vetafzettingen in de aderen, diarree, infecties aan de pancreas, etc.). Bij ťťn op de zeven honden is een te hoge cholesterol- of triglyceride-waarde in het bloed een bestaand feit. Een te hoog cholesterolgehalte in het bloed kan een indicatie zijn voor de aanwezigheid van stofwisselingsproblemen zoals suikerziekte en nierziekten. Een (veel) te hoge cholesterol spiegel in het bloed kan (bij honden die de daarbij horende klachten hebben, zoals: dik, traag, chronische huidproblemen, jeuk, kaalheid etc.) bovendien een goede indicatie zijn voor een te traag werkende schildklier. Cholesterol kan, evenals Schildklierhormoon (T4), in ons eigen lab onderzocht worden.
Normaalwaarden hond: 3,1 - 7,1 mmol/l.