Artikel

"British Blue" - Stephe Bruin

 

British Blue

Er is een tijd geweest waarin de British Blue, die toen nog alom bekend was als Karthuizer, niet zo populair was als vandaag. In juni 1969 verzuchtte een enthousiast liefhebster en fokster van Karthuizers Mevrouw C. Verbeek-Engel uit Amsterdam in het clubblad van Felikat dat toen nog gewoon „Felikat” heette: ... Het zou bijzonder prettig zijn als door het lezen van dit artikel ook anderen zich meer voor de Karthuizer gaan interesseren. Alleen al door zijn eerbiedwaardige ouderdom verdient dit ras een grotere belangstelling en steun van de kattenliefhebbers. Wat men hier in ons land aan Karthuizers op de shows kan zien, komt steeds alleen nog maar uit het buitenland. Voor de opbouw van dit ras is dringend gewenst dat meerdere geïnteresseerden zich een dergelijke poes en/of kater aanschaffen, i.c. importeren. In elk geval wordt misschien door dit artikel de aandacht van leden en lezers van Felikat wat meer gericht op deze fraaie kat die merkwaardigerwijs in ons land vrijwel onbekend is en vanwege zijn uiterlijk, karakter en afkomst een grotere populariteit zozeer verdient. Hij is het waard!”

Tot zover dit citaat uit haar artikel ,Karthuizer (Chartreux). Een van de oudste rassen in ons land”. Anno 1982 mag wel worden beweerd dat het met de populariteit van de blauwe korthaar die niet meer Karthuizer heet snor zit. En op shows zijn het geen buitenlandse blauwen meer, maar de meeste zijn uit Nederlandse cattery’s afkomstig. Op de internationale tentoonstelling van Amsterdam van 1981 waren er zelfs 49 ingeschreven! Een respectabel aantal waar alleen het aantal ingeschreven Blauwe (!) Perzen bij in de buurt komt. (46). Met die populariteit van een ras of een bepaalde kleurslag binnen een ras kan het merkwaardig gesteld zijn. Ik herinner mij 28 Tortiepoint Siamezen op een show. Nu zie je ze maar zelden. Maar van Siamezen is bekend dat de populariteit aan het tanen is; voor de echte liefhebber helemaal niet om angstig van to worden. Overdreven populariteit heeft een ras nooit echt ,goed gedaan”; vooral bij sommige hyperpopulaire hondenrassen konden mankementen aan het licht komen door te ongebreideld fokken. Nu is het natuurlijk helemaal niet erg dat het een of ander rasgebonden of anderszins bepaald mankement voor de dag kon dit want als zoiets bekend is kan er in de fokkerij rekening mee worden gehouden. Alleen, als een ras bijzonder populair is houdt dat dikwijls in dat de kans groot is dat ook (weliswaar goedwillende) ondeskundige fokkers met ,materiaal” fokken dat beter voor de fokkerij uitgesloten had kunnen worden. Maar ja, het ras is zo geliefd hè, en een nestje is nooit weg ... Wat de British Blue betreft, die is nog niet zo overdreven populair dat een en ander uit de hand dreigt te lopen. De echte problemen zijn die, die bij elke kleurslag van welk ras dan ook voorkomen: hoe fok je een nog fraaiere British Blue.

Het addertje onder het gras ligt bij deze variëteit met zijn blauwe, opstaande korte pluche-achtige vacht eerder in de benaming. Aan „British Blue” mankeert niets. Maar wat is dan een ,Karthuizer” en: ,Europees Korthaar Blauw” wat wordt daar nu mee bedoeld?

Tja, de fokkers in de sector van de Europese kortharen hebben het wat dat betreft niet gemakkelijk. Veel British Blue-fokkers blijven hun blauwe katten persistent,, Karthuizer” noemen, in de wandeling en in hun catteryadvertenties. Dat mogen zij wat mij betreft gerust doen, maar het sticht alleen nog meer verwarring dan er zo langzamerhand rond de blauwe Europese kortharen is ontstaan. Natuurlijk kan het zeer doen om afscheid te moeten nemen van een geliefde naam die lekker in het gehoor lag en die ook bij leken op kattengebied (iedereen heeft wel van een Karthuizer gehoord al kunnen mensen zich soms niet voorstellen wat daarmee wordt bedoeld) bekend was. Maar je bent nu eenmaal lid van een vereniging die zich houdt aan wat de overkoepelende organisatie voorschrijft (in dit geval de FIFe) en ja, de British Blue is officieel geen Karthuizer en wat er nu nog eens bij komt: de BB is ook geen Europees Korthaar meer (het blijft wel een Europees Kort haar natuurlijk, geen Aziatische of Japanse korthaar).

Welke blauwe Europese korthaarkatten bestaan er nu officieel erkend door de FIFe? De volgorde die ik nu neem is irrelevant: - de Kartuizer (Chartreux) - de British Blue - de Europese Korthaar Blauw

(Om een en ander niet nodeloos ingewikkelder te maken dan het al is wil ik het hier niet hebben over de Russisch Blauw, de Korat, en de Oosters Korthaar Blauw. Tot enkele jaren geleden was de Karhtuizer hetzelfde als de British Blue, oftewel: British Blue (eenmaal na import aanbeland op het vasteland van Europa) werden hier Kartuizer/Chartreux genoemd. Het ras waartoe de Karthuizer alias British Blue behoorde was de „Europees Korthaar”, oftewel British Shorthair. Er was een standaard en problemen waren er niet, tot de FIFe besloot dat het wel degelijk om twee verschillende rassen ging en dat de Chartreux en de British Blue van elkaar gescheiden gefokt en tentoongesteld moesten worden. Ik ken niet alle ins en outs van het gebeuren rond dit besluit maar er wordt wel eens gefluisterd dat de inspiratie rond de scheiding Chartreux/British Blue zou zijn ontstaan toen de blauwe katten gefokt uit Engelse lijnen voortdurend fraaier begonnen te worden en dus ook op shows begonnen te winnen van de katten die waren gefokt uit lijnen waarin geen blauw van de andere zijde van het Kanaal was te bespeuren. Ik wil hier niet over oordelen want ik heb niet echt inside information over het hoe en waarom, ik weet alleen dat veel keurmeesters het maar uiterst moeilijk vinden om een Chartreux en een British Blue uit elkaar te houden. Het ligt voor de hand dat de naam Karhuizer zo langzamerhand verdrongen zou moeten zijn door de British Blue (in advertenties en in het spraakgebruik), maar dat schijnt heel moeilijk te zijn dus de verwarring blijft.

Op jaarvergadering van 1981 van de FIFe in Wenen werd een voorstel aangenomen dat de haren van de fokkers van Europees Korthaar/British Shorthair overeind deed staan: een voorstel ingediend door enkele landen om een korthaarras te erkennen dat op de British Shorthair/Europees Korthaar lijkt maar niet zo geprononceerd van uiterlijk is, meer tussen het model van de gewone Europese kat en de British Shorthair in (te vergelijken met de American Shorthair), haalde het! En dus was de verwarring compleet. „Wat moeten we nou?”, vroeg een fokker aan mij. „Hoe moet dat ras dan heten. Het zijn toch gewoon slechte British Shorthair katten?”

Met dit soort dingen helpt het niet om in wrok achteruit te kijken. Nu zo’n besluit is aangenomen lijkt het mij verstandig om (als je serieus lid wilt zijn van een bij de FIFe aangesloten vereniging) de energie te gebruiken voor de toekomst van de katten.

Nadenken over de British Shorthair versus Europees Korthaar (want zo heet het nieuwe ras) en over de verschillen die er zouden bestaan lijkt mij erg zinnig. Het zou wel gemakkelijker te accepteren zijn geweest als de Karthuizer/Chartreux nu de Europese Korthaar Blauw zou zijn geworden (wat hij al was en is), want dan hadden wij slechts de British Shorthair Blue en de Europees Korthaar Blauw gehad. Maar dat heeft niet zo mogen zijn. De Chartreux blijft de Chartreux, een apart ras. Omdat er in Nederland bij leden van de clubs Felikat en Mundikat niet veel Chartreux zijn zullen wij ons verder maar geen zorgen maken. Alle inzet zal

moeten worden gebruikt om in het uiterlijk van de British Shorthair Blue en de Europees Korthaar Blauw  te investeren wat de eigen identiteit ten opzichte van elkaar bepaalt en handhaaft. De mensen met fraaie katten hoeven niet bang te zijn; zij hadden al goede katten; de problemen zullen terecht komen op de schouders van de mensen die in het bezit zijn van min of meer ontypische British Shorthairs. Dit geldt niet alleen voor de blauwe kleurslag maar voor elke andere: Crème, Silvertabby enz. enz.

Het voorstel om tot erkenning over te gaan van een „echt” Europees korthaarras bij de kat is zo vreemd niet als men bedenkt dat het een teneur is om verschillende oude rassen bij andere diersoorten (terug) te fokken. In Nederland fokt men o.a. de Smoushond terug en er zijn enkele boeren die zich inzetten voor het behoud van bijvoorbeeld het ras van de , Lakenvelder” bij koeien. Het is namelijk een bekend gegeven dat oude rassen verloren (dreigen te) gaan als de belangstelling van fokkers zich richt op speciale (andere) rassen. Bij de Blauwe Europese korthaar en in feite ook bij de andere kleurslagen van de vroegere Europese Korthaar zijn de tentoonstelling- en fokexemplaren geleidelijk aan geworden wat anno 1982 voor Best-in-Show in aanmerking komt: een veel compactere kat dan het aloude Europese landras dat slanker is, iets hoger op de poten staat; dat een minder ronde kop heeft en dat wel wat grotere oren heeft dan de BS. Het type dat ook de Manx (afgezien van de houding, de afwezigheid van de staart en de zeer diepe flanken) heeft.

Ook de oogkleur van de British Shorthair is geleidelijk aan van diepgeel naar oranje (diep koperkleurig ook) verschoven. Bij een Europees Korthaar (de nieuwe EKH) zouden de ogen in tegenstelling tot de BSH ook andere kleuren kunnen hebben.

Kortom en vooruitlopend op officiële berichtgeving: is het zo gek dat een initiatief werd genomen om ook bij de kat een oud landras (dat wij tot voor kort nog,,straatkat” noemden) te erkennen? Het antwoord is nee (wat mij betreft), alleen is het uiterst moeilijk voor ons om plotseling voor wat het fokken van katten betreft uit te moeten gaan vanuit een totaal ander principe betreffende de fokkerij. Het is altijd zo geweest dat er voortdurend naar een gestaag in een bepaalde richting veranderend ideaal werd gefokt (langere koppen bij Siamezen; rondere koppen bij British Shorthair; grotere oren bij Siamezen; kleinere oren bij British Shorthair) en niemand heeft ooit gedacht om precies het tegenovergestelde te doen. En het is (psychologisch) heel moeilijk om iets volkomen ongebruikelijks gemakkelijk te aanvaarden.

Mevrouw C. Verbeek-Engel koos als ondertitel voor haar artikel: „Een van de oudste rassen in ons land”. Inderdaad was de toenmalige Karthuizer een „oud ras”; het wordt volgens Leen Balt in zijn voortreffelijke serie artikelen, De geschiedenis van de huiskat in het Westen, gepubliceerd in Felikat Magazine in 1973, het eerst genoemd in de eerste druk van Linnaeus’ werk „Natuurlijke Historie” uitgegeven in 1735. Leen citeert uit de bewerking door Cornelis Houttuyn van 1760: ,, ... de Karthuizer Katten, die blauw-agtig zijn. .. “ En hij vraagt zich of waar toch die naam Karthuizer vandaan komt. Niemand heeft daar nog een echt antwoord op. Met Kartuizer monniken schijnt de kat niets te maken te hebben. De pij van de monniken is wit en niet blauw zoals ooit wel eens is geopperd (de blauwe kat en de blauwe pij). Misschien is het antwoord op de steeds nog boeiende vraag eenvoudig, te eenvoudig om leuk te zijn. Misschien is de benaming gewoon bedacht. Door iemand die vond dat die blauwe kat chartreusekleurige ogen had (geel, goudgeel, groen van een bepaalde tint) of door iemand die vond dat er een blauwe kat (blauw wordt in de erfelijkheidsleer ook „maltese dilution” genoemd) naar een geestelijke orde genoemd moest worden (Karthuizer Orde versus Maltezer Orde). Hoe gaat dat met namen: je hebt de Abessijn en de langhaarvariant noem je Somali; natuurlijk heeft de Somali niets met Somalie of Somaliland to maken ... In ieder geval blijft het mysterie van de benaming Karthuizer. Misschien wordt er nog wel eens lets over ontdekt. Ik had het over de zg. maltese dilution. De blauwe kat is een zwarte bij welke het pigment door het recessieve gen kleurverdunning dubbel aanwezig is in de erfelijke opbouw. Onder invloed van dit gen (dd van dilution) worden de pigmenten in de haarschacht vervormd en op onregelmatige manier gerangschikt. Wij nemen zo’n kat waar als zijnde „blauw”.

Tot voor kort waren de British Blues fokzuiver voor de kleur blauw en dat wil zeggen dat er altijd blauwe kittens werden geboren uit de paring van twee BB’s. Inmiddels is een klein aantal fokkers bezig om een British Lilac en een British Chocolate te fokken en uit deze experimentele lijnen kunnen uit blauwe katten ook anders dan blauwe kittens worden geboren. Nu is het nog duidelijk waar de genen voor bruine en lila vachtkleur ,zitten”, maar als het experiment lukt zal ter zijner tijd ook een bestand van British Blue bestaan waaruit ook andere kleuren dan blauw kunnen worden gefokt.

De kleur van de British Blue moet gelijkmatig zijn, bij volwassen katten mag geen ghostmarking to zien zijn. Bij kittens komt die spooktekening heel dikwijls voor en dan kun je zien voor welk tabbypatroon de kat in kwestie aanleg heeft. Dit is alleen belangrijk voor mensen die met hun British Blue ooit eens tabby willen fokken, bijvoorbeeld Brown-Tabby. De beroemde gemarmerde Silver-Tabby Int. Ch. Coendersborgh Call Me Gattopardo heeft een British Blue moeder met een gemarmerde tabby aanleg. Toen de fokster van Gattopardo (bijgenaamd Tijger) die ghostmarking zag kreeg ze het idee om die poes eens door een

silvertabby to laten dekken in de hoop een mooie gemarmerde silvertabby to fokken. Overigens is het kruisen van British Silvertabby’s met British effen gekleurden niet zo’n eenvoudige zaak omdat die zilvers groene ogen moeten hebben en de ogen van de effen British Shorthairs oranje moeten zijn.

Wat wel een goede partner voor British Blue kan zijn is de British Cream, die fraaie variëteit die in Nederland welhaast perfect wordt gefokt.

Blauw en Crème met elkaar combineren kan zo goed, omdat er in wezen op hetzelfde wordt geselecteerd: in eerste instantie het volkomen British type en dan de diepe oogkleur en natuurlijk de lichte tint van de vacht die zo mogelijk vrij van tekening moet zijn. Aangezien bij de Crème de tekening het best is te zien (trouwens ook bij de Rood) kun je zo goed selecteren op afwezigheid daarvan. Een British Blue kan zijn tekening nog wel verstoppen, maar een British Cream kan dat niet. Het ,gelijkmatige blauw” van de British Blue mag van elke nuance zijn, maar de voorkeur wordt gegeven aan een licht blauw. Zeker niet aan een te donker, saai blauw. Dat er oneindig veel kleuren blauw zijn weten fokkers wel; ook bij de Perzisch Blauw wordt gestreefd naar een zo licht mogelijk blauw. Dit kan alleen door bewust selecteren worden bereikt. Er is niet een enkel gen dat een bepaalde tint blauw veroorzaakt. Was dat maar waar; dan zouden de zaken heel wat eenvoudiger kunnen worden gemanipuleerd. Selectie met betrekking tot de kleur is: niet fokken met katten die veel te donker van kleur zijn. En: geen angst om de diepte in de kleur van het oranje oog te verliezen met een lichte vacht. Er wordt wel aangenomen dat katten met een verdunde vachtkleur in principe ook een wat verdunde oogkleur zouden moeten hebben, maar in de populatie van lichte British Blues en lichte British Creams zijn katten met super oranje ogen; het is gewoon een kwestie van selecteren in de fok.

Er is in het verleden bij de blauwen die toen nog Kartuizer heetten bewust Perzisch langhaar ingefokt, om het type en de oogkleur te verbeteren. Men wilde wat sneller naar een compacter, korter, steviger type. Ik citeer hier weer Mevrouw Verbeek uit het al eerder genoemde artikel: ... „Bij de opbouw van een stam wordt in het begin wel eens een blauwe Pers gebruikt. De resultaten van dergelijke kruisingen waren bemoedigend, aangezien in de eerste generatie kort haar altijd over lang haar domineert en in de latere generaties een weinig Perzenbloed het type en de bouw van de Karthuizer gunstig kan beïnvloeden. Zo ben ik zelf begonnen een Karthuizerstam in Nederland op te bouwen. Mijn geregistreerde Karthuizerpoes werd gepaard met een blauwe Perzische kater. De dochter uit dit huwelijk heeft, na een bezoek aan een Karthuizer kater (uit Duitsland geïmporteerd), het leven geschonken aan drie jongen, die dus als tweede generatie Karthuizers geregistreerd kunnen worden. .. “

Tot zover Mevrouw Verbeek. Anno 1982 wordt liever niet (meer) met Perzisch gekruist. Het is tegenwoordig ook verboden om een raskruising te plegen, met uitzondering van in het kader van een goed gefundeerd fokprogramma dat eerst aan de stamboekcommissie van Felikat/Mundikat moet worden voorgelegd. Door de kruisingen die indertijd en korter geleden werden ondernomen voor verbetering van type en oogkleur kan het een heel enkele keer voorkomen dat er een kitten met een langhaarvacht wordt geboren. Dit zijn echte „weggevertjes” zoals iemand mij eens vertelde. British Blues zijn het in ieder geval niet, dat moet duidelijk zijn.

De ogen in de ronde kop van de British Blue moeten zoals bij elke andere kleurslag van de BS groot, rond en goed geopend zijn. De expressie wordt nog beter als zij niet te dicht bij elkaar staan. Hoewel het zo is dat bij bijna de meeste katten de buitenste ooghoeken iets hoger staan dan de binnenste, mag de British Blue toch geen amandelvormige ogen hebben. Ook bij iets opwaarts geplaatste buitenste ooghoeken kunnen de ogen rond zijn door de mate waarin zij geopend zijn.

De vacht moet, als je, je hand er op legt een zekere weerstand bieden. Het dikke, plucheachtige effect wordt extra benadrukt als de kat in kwestie zeer dicht ingeplant haar heeft. Vooral als de ondervacht sterk ontwikkeld is wordt de rest van de vacht, de verschillende bovenlagen, uit elkaar en als het ware opgeduwd. Een super British Shorthair vacht is iets vreselijk moois om te zien en ook om te voelen!

De dikke wangen van de British Shorthair krijgen nog extra volume door de opstaande vacht. Bij de ronde kop horen kleine oortjes die ver uit elkaar geplaatst moeten

zijn. Kittens hebben vaak grotere oren, maar het is voor de beginnende (en soms ook ervaren) fokker altijd maar afwachten wanneer de kat „in zijn oren gegroeid is”. Meestal is dat zo’n beetje op de leeftijd van anderhalf, twee jaar. Behalve de katten die vanaf het begin

altijd fraai zijn geweest, die heb je ook, ondergaat ook de British Blue vaak een z.g. ,slungelfase”, bij dit ras ook nog letterlijk bedoeld, omdat het dier in kwestie slungelachtig (dus te lang en te hoog op de poten voor een BS) lijkt te zijn. Als de kat na die fase uitgroeit tot een uitmuntend type is er niets aan de hand. Vanaf acht maanden kan een kat in die fase zijn. Sommigen komen er pas uit als ze anderhalf jaar oud zijn, een enkele nog later, andere nooit.. .

Dat de BS een kat van het zware, massieve type is, wil nog niet zeggen dat het een plomperd moet zijn. Vooral bij de BS kan het te dik zijn een zware kat opleveren. Je moet een goed oog hebben om bij een BS te constateren of het gaat om dik zijn of massa hebben. In ieder geval mag een British Shorthair nooit een frêle gebeente hebben, hij moet „bone” (stevig bot) hebben, relatief laag op de benen staan en hij moet niet „rangy” zijn (te lang van lichaam, a.h.w. uitgerekt).

Het karakter bij de British Blue verschilt van dier tot dier, het heeft alles te maken met individualiteit binnen een bepaalde aard die over het algemeen onafhankelijk, vrij rustig, zacht is. Kittens zijn natuurlijk speels en lief zoals alle andere kittens. Dat zelfs het karakter bij katten eerder een cultureel gegeven is (de erfelijke aanleg wordt door de omgeving beïnvloed) zou kunnen worden opgemaakt uit het feit dat de British Shorthair kittens, opgevoed in een groepje Siamezen met Siamese kittens streken uithaalden op een manier die nogal on-British was. Een fijne kat, de British Blue.