Gezocht: Brittenfokker m/v

 
 
Gezocht enthousiaste kattenfokker; dient over volgende eigenschappen te beschikken: eigenwijs, vasthoudend, vakkundig, niet sentimenteel, leergierig en sportief. In bezit van vrijstaand huis met veel kamers, grote tuin, stationcar en begripvolle partner.

Een dergelijke advertentie zult u in werkelijkheid waarschijnlijk nooit tegenkomen. Toch is het goed om, voordat we over het werkelijke fokken gaan praten, eerst even stil te staan bij de persoon waar uiteindelijk alles om draait; DE FOKKER.
Je moet als fokker een aantal eigenschappen bezitten wil je je fokkerij ook werkelijk succesvol kunnen beoefenen.


Laten we eens beginnen met leergierig

Alle informatie die met jouw favoriete ras te maken heeft, in welke taal dan ook, moet je zien te bemachtigen. Boeken, tijdschriften, foto’s, catalogi et cetera. Het moet natuurlijk niet alleen bij het verzamelen blijven, je zult ze ook moeten bestuderen.
Jouw oor staat natuurlijk altijd open voor nieuwe inzichten en aspecten die van mogelijke invloed kunnen zijn op je fokkerij. Ook probeer je zoveel mogelijk katten te bekijken, zodat je niet alleen af hoeft te gaan op geruchten of keurmeestersverslagen.
Op cursussen, zoals van De Bolle, leer je zelf voldoende vaardigheden om de kwaliteit van je eigen en andermans dieren te beoordelen. Je verzamelt natuurlijk zo veel mogelijk stamboomgegevens (computerprogramma!) en kijkt op welke manieren en met welke dieren succesvolle fokkers hun resultaten hebben weten te behalen.
Je blijft dus steeds bezig met een leerproces wat ertoe leidt dat je kennis over het ras en de fokkerij steeds blijft groeien; wat uiteindelijk je eigen fokprogramma ten goede zal komen. Probeer voor je zelf een goede fok-administratie op te zetten zodat je niet alleen op beelden uit je geheugen hoeft af te gaan, een paar korte aantekeningen kunnen vaak jaren later zeer waardevol blijken te zijn terwijl een stukje informatie in je hoofd in de loop der jaren nog wel eens wil vervagen.


Je zult je voor 100 % moeten inzetten

Zodra je je serieus gaat bezighouden met de fokkerij zul je je terdege moeten realiseren dat het heel wat anders is dan een kantoorbaantje van acht tot vijf.Je moet er van uit gaan dat een flink deel van je dagelijks werk bestaat uit: poepscheppen, rennen dweilen, katten voeren, kammen en borstelen, bakken verschonen et cetera. En dat IEDERE dag.
Ook zul je merken dat vrije weekenden zeldzaam worden, aangezien de meeste clubmatches, tentoonstellingen en clubaktiviteiten in het weekeinde plaatsvinden. Wanneer je dan ook nog gestrikt wordt voor een bestuursfunctie of club-bladredaktie dan betekent dat weer een flink aantal uren op jaarbasis die je aan je hobby besteedt. Voeg daar nog het nestbezoek, stambomen brengen en je fokprodukten bekijken, naar de dekkater gaan, de nodige telefoontjes van collegafokkers, bezoeken van mensen die geinteresseerd zijn in een kitten uit jou cattery en mensen die jou dekkater voor hun poes willen gebruiken en je zult merken dat er voor je gezinsleven, laat staan voor een baan, weinig tijd meer overblijft. Ook is het goed om je, voordat je je met hart en ziel op de kattenfokkerij gaat storten, te overtuigen of je menselijke huisgenoten het kunnen uithouden met zo’n fanatiek ,kattenmens’ en alle beslommeringen die dat met zich mee brengt.
Gezellig brunchen op de zondagmorgen zal een zeldzaamheid worden. Bij een moeizame bevalling moet partner-lief mee naar de dierenarts. Als je naar de tentoonstelling bent zullen huisgenoten de thuisblijvers moeten verzorgen et cetera.
Zodra je inzet terugloopt merk je dit snel in je cattery: minder goed verzorgde katten zien er ook minder fraai uit; minder gesocialiseerde kittens vertonen een minder stabiel karakter; minder frequent tentoonstellingsbezoek betekent vaak minder vraag naar je kittens en dekkaters; minder moeite nemen om de beste kater bij je poes
te vinden resulteert in minder kwaliteit bij je nakomelingen et cetera.
Ook zullen je huisgenoten die je hobby tolereren er moeite mee hebben wanneer er minder vaak wordt schoongemaakt en wanneer de kattebakken beginnen te ‘ruiken’.

Vasthoudend en niet sentimenteel

Een goede fokker moet eigenlijk een beetje het karakter hebben van een terrier; als hij zich eenmaal heeft vastgebeten in de raskattenverbeterende fokkerij dan moet hij niet eerder loslaten dan wanneer zijn doel is bereikt. Je zult in de fokkerij al snel bemerken dat periodes van voorspoed snel afgewisseld kunnen worden met periodes van tegenslag.
Je moet natuurlijk sterk in je schoenen staan wanneer je een ogenschijnlijk gezond nest kittens van twee weken oud in een tijdsbestek van een week voor je ogen ziet sterven ondanks jouw goede zorgen en de uitstekende medische begeleiding. Ook kan het gebeuren dat men middels onderzoek een erfelijk bepaalde afwijking opspoort die volop in jouw bloedlijn zit; of je mooie jonge poes waar je zoveel verwachtingen van had krijgt een gierende baarmoederontsteking.
Dan hebben we het nog niet eens gehad over een plotseling veranderende standaard waardoor je bepaalde eigenschappen die je net een beetje goed in je lijn had zitten weer helemaal kunt gaan veranderen. We leven in een tijdvak waarin enerzijds het ‘keep cool’ principe bij de jeugd hoogtij viert maar waarbij anderzijds via onder andere ‘reality-tv’ er steeds vaker een aanslag wordt gepleegd op je emoties.
Een van de emoties die je als kattenfokker het best niet al te sterk kunt hebben is sentimenteel zijn. Wanneer jij koste wat kost wilt proberen dat achterblijvertje in leven te houden en als het lukt hem dan ook nog zelf wilt houden, dan begeef je je op glad ijs. Kittens die niet krachtig genoeg zijn om zelfstandig bij de tepel te komen, zullen meestal niet de gezondste van het nest zijn. Zulke dieren dan met kunstgrepen toch groot brengen, aanhouden en wanneer ze dan op twee-jarige leeftijd ‘niet eens zo lelijk zijn’ ook maar voor de fok gebruiken is mijnsinziens DE MANIER om je foklijn en het ras geen goed te doen. Je zult je als fokker moeten realiseren dat je af en toe zult moeten beslissen over leven en dood. Een beslissing die door velen tegenwoordig wordt doorgeschoven naar de dierenarts die in veel gevallen zal zeggen:’We kunnen nog dit proberen.....’ of’ik kan u nog naar .....doorverwijzen’.
Probeer eventuele gevolgen op langere termijn van een dergelijke beslissing in te schatten en neem dan de verantwoordelijkheid die je als fokker dient te hebben.
Ook de poes die in twee nesten nog niets bijzonders heeft geproduceert kan beter uitgesloten worden voor de fok dan dat je met haar toch nog maar weer een keer een nestje fokt.

Sportief en eigenwijs

Probeer je in de catfancy zo sportief mogelijk op te stellen. Laat niet al te makkelijk blijken dat je teleurgesteld bent door een bepaalde keuring of een bepaalde uitspraak, wijs niet te snel naar een ander maar kijk eerst eens of er misschien toch wel een verklaring voor te vinden is of er een kern van waarheid in zit. Laat merken dat je collega-fokkers ook weet te waarderen zonder hierin te overdrijven. Ga niet in op roddels en als iemand die wat ‘in vertrouwen’ vertelt beschaam dit vertrouwen dan niet. Eigenwijsheid is denk ik een van de belangrijkste eigenschappen waarover een goede fokker dient te beschikken. Je zult eigenlijk nooit iets klakkeloos moeten aannemen. Veel boekenschrijvers schrijven nogmaals op wat anderen al aan het papier hadden toevertrouwd. Veel besturen nemen in hun enthousiasme beslissingen die de fokkerij niet altijd ten voordele zullen beinvloeden. Veel collega-fokkers geven gevraagd en ongevraagd adviezen die je soms naast je neer zult moeten leggen. Wanneer de tendens binnen een ras toenemende verfijning inhoudt zul je toch moeten proberen je uitgestippelde beleid te blijven volgen,zelfs wanneer dit (tijdelijk) minder hoge noteringen op shows zou betekenen. Wanneer iedereen naar die nieuwe Engelse import-kater rent, speel jij liever op safe en pakt een kater uit je eigen lijn.
Kortom, bij iedere beslissing probeer je je eigen wijsheid zo goed mogelijk aan te wenden waardoor je soms voor anderen niet helemaal te volgen bent, dit is echter hun probleem en niet het jouwe.

Het oog

Met welke fokkerij je je ook bezighoudt, een goede kijk op dieren is essentieel. Natuurlijk is het een prettig gegeven wanneer je als fokker in staat bent om fouten bij je dieren te herkennnen en deze ook weet te plaatsen in een genetische context. Belangrijker is het om die dieren die wat extra’s te bieden hebben te onderkennen ondanks het feit dat deze rasvertegenwoordigers best wel enige minpunten zullen vertonen. Ik kan mijn neefje van tien precies uit leggen hoe een schaargebit en een ondervoorbeet er uit zien. Hij zal dan uit een groep van bijvoorbeeld tien dieren feilloos de ‘foute’ van de ‘goede’ weten te scheiden. Het kan best zijn dat verreweg de beste rasvertegenwoordiger zich in de groep van de ‘foute’ bevindt en op deze wijze dus weggeselekteerd wordt. Het zijn juist deze dieren die, ondanks een enkele onvolkomenheid vaak een extra push vooruit in je fokkerij kunnen geven en die juist daarom zeer waardevol zijn. Iemand met een oog voor verhoudingen en schoonheid zal snel de goede van de minder goede kunnen scheiden en wanneer je dit aangeboren talent bezit gebruik het dan zoveel je kan. We zien steeds meer dat selektie plaatsvindt naar aanleiding van een optelsommetje van enkele eigenschappen waardoor het gevaar bestaat dat er waardevolle verervers uit de boot vallen.
Die kijk op dieren moet je eigenlijk zelf al genetisch bij je dragen want echt
100 % leren kun je het niet, wel kun je de eventueel aanwezige aanleg verder ontwikkelen.


Tenslotte

Tot zover deze korte profielschets van de fokker. Natuurlijk is hij niet volledig en net zoals met onze rasstandaarden zal het hier ook wel zo zijn dat het geschetste ideaalbeeld een utopie zal blijken. Echter bepaalde talenten kan men ontwikkelen, bepaalde vaardigheden kan men aanleren. Wanneer je als fokker voortdurend bezig bent met het ontwikkelen van je eigenschappen in de richting van het ideaalbeeld dan zul je zonder twijfel merken dat deze inzet wordt beloond in de vorm van kwaliteit. Immers wanneer jij je als fokker kwalitatief verbetert is de kans zeer groot dat je vierbenige fokprodukten kwalitatief ook een stijgende lijn zullen vertonen.

Hans Hilverda