"Brittofiel"

 

 
Vele gesprekssessies bij het RIAGG zijn nodig geweest om te kunnen concluderen wat er nu eigenlijk loos is met mijn innerlijk: ik ben een Britofiel. Accupunctuur, recessietherapie, Bachremedies; elke denkbare alternatieve geneeswijze heb ik aangewend om deze oh zo gevaarlijke verslaving een halt toe te roepen. Helaas, het zit schijnbaar in mijn genen. Onbewust heb ik er, achteraf gezien, toch al jaren een vaag vermoeden van gehad. Het is ook niet iets wat je zo één, twee, drie voor jezelf, laat staan voor een niet-kattenliefhebber, toegeeft. Toch waren alle klassieke symptomen duidelijk aanwezig.

De inrichting van mijn woning bijvoorbeeld is ‘enigszins’ geïnspireerd op het fenomeen kat en de Bolle in het bijzonder. Naast de negen levende kunstwerken die er rond lopen, staat uw bezoek aan ons huis (vanzelfsprekend op afspraak volgens mijn kattenagenda) in het teken van het fluweelvoetige knuffelbeest. U bent direct op uw hoede door de sticker op de voordeur met de onheilspellende tekst “Hier waakt de kat”. Vervolgens veegt u uw voeten op de kattendeurmat, wordt begroet door de Gelaarsde Kat, en hangt uw jas aan de kattenkapstok. Mocht u reeds allergische reacties vertonen, u bevindt zich pas in de hal, dus er is nog gelegenheid om gillend het pand te verlaten. Want ook in de huiskamer, die overigens verlicht wordt door middel van een Tiffany-kattenlamp, slaapkamer en keuken is het kat wat de klok slaat. Zelfs wanneer u even op adem denkt te kunnen komen op het toilet, houden twee levensgrote goudgele ogen u vanaf het douchegordijn in de gaten. Geen muis haalt het in zijn hoofd dit katten-Walhalla betreden, het moet voor hen het voorportaal van de hel vertegenwoordigen. Het volume van mijn portemonnee wordt geregeld tot een minimum gereduceerd. Want met de bodem van de schatkist reeds in zicht, ga ik mij te buiten aan het kopen van elk gebruiks- of kunstvoorwerp waar ook maar enigszins een kat in te herkennen valt. Als er iemand koopziek is, ben ik het wel op dit gebied.

Mijn katachtig geschminkte ogen geven mij een “Wild thing”-look, de scheldnaam kattekop beschouw ik dus als een compliment.

Bij het horen van het Engels volkslied veer ik op uit mijn stoel, en eer stram in de houding de Engelse vlag. Tenslotte staat het land van high tea en Mr. Bean te boek als de bakermat van onze hedendaagse Brit.

Maar mijn obsessie reikt nog oneindig veel verder. Mocht een adellijke nakomeling van het vrouwelijk geslacht ooit nog het levenslicht aanschouwen, dan ben ik van plan haar de welluidende naam Brittany te geven, roepnaam ‘Brit’.

Onlangs echter ontsproot aan mijn zieke geest een idee dat tekenend is voor mijn gestoorde gemoedstoestand: ik wil mijn liefde voor de Bolle vereeuwigen door tatoeage van het aanbeden dier op een (overigens zeer beschaafde) plek van mijn lichaam. Mijn echtgenoot roept voortdurend dat ik er spijt van ga krijgen, maar wat dit betreft heb ik ook een kattenkarakter: als ik ergens mijn zinnen op heb gezet, is het onvermijdelijk! En groeit met het aantal jaren ook mijn omvang, dan ontwikkelt mijn Tattoo Bolle zijn karakteristieke wangen.

Mocht ik dus in bikini op de kittenmiddag verschijnen, kijk dan niet vreemd op. Deze bizarre outfit dient slechts één doel: de wereld te tonen dat ik een Britofiel ben in hart en nieren. Misschien gek, maar ik ben er nog trots op ook!

Astrid