Shaded Silver & Chinchilla

Brits Korthaar Shaded Silver & Chinchilla

 
De Brits Korthaar Shaded Silver en Chinchilla

Zo’n kleine 25 jaar geleden waagde ik mij voor het eerst van mijn leven op een kattententoonstelling. Ik zeg “waagde”, omdat ik als een (opr)echte huiskattenliefhebster verwachtte dat de tentoongestelde raskatten gestresst heen en weer in hun kooitjes zouden “ijsberen”, zoals de grote katachtigen in Artis. En ik zag erg tegen dit door mijzelf gecreëerde schrikbeeld op.Niets bleek echter minder waar te zijn, gelukkig.

De aanwezige poeze-dames en katte-heren lagen bijna allemaal praktisch “voor Pampus” in hun knus aangeklede kooitjes, en leenden mij hooguit een lodderig geopend oog, na herhaaldelijk aandringen door middel van smakkende geluidjes, van mijn kant.
Sommigen waren die middag nog fief en alert en schonken mij een kopje of een nat neusje door de tralies heen. Het gedrag van de kittens stelde mij trouwens nog meer gerust. Ten eerste zaten zij gebroederlijk en gezusterlijk in ruimere kooien, waar naast het aanwezige kattenbakje, nog voldoende speelruimte over was, welke dan ook fanatiek werd benut. De kittens leken zich werkelijk helemaal niets aan te trekken van de vreemde omgeving en speelden onbevangen met elkaar en het meegebrachte speelgoed.
 

Het moet gezegd, van de volwassen katten bleek er toch wel een enkeling te zijn, die zich duidelijk ongelukkig voelde op de show. Maar tijdens een gesprekje met de eigenaar werd mij dan duidelijk dat deze dan ook niet meer van plan was dit beestje mee te nemen naar een volgende show. Helemaal gerustgesteld en opgelucht heb ik op die tentoonstelling rondgelopen en genoten van al die bijzondere raskatten, waarvan ik de meeste, die dag voor het eerst in levende lijve zag. Ik wist bijna niet hoe ik het had. De één was nog exotischer dan de ander: zoveel typen, kleuren en vachtpatronen. Er waren kortharige Burmezen en langharige Heilige Birmanen, die witte sokjes hadden, welke ontbraken bij de Colourpointjes. Perzen, die dus dezelfde aftekening hadden als de Siamezen, welke laatsten je bijna menselijk aankeken met hun sensationeel diep blauwe kijkers.

Het duizelde me. Zo waren er Blauwe Russen, Foreign Whites en Turks Angora’s; Abessijnen met de meest intelligente kopjes die je je maar kunt voorstellen, Rexen met golfjes in hun vacht en zelfs enkele Manxen zonder staart. Zoveel aparte katten had ik nog nooit gezien. Als aan de grond genageld stond ik bij de haarloze Sphinx. Het was me het dagje wel. Maar welke zou ik nu het liefst mee naar huis willen nemen?
Wel, tussen al die exotische en bijzondere exemplaren vond ik een eenvoudige boerenkat het meest aantrekkelijk; het was de Karthuizer met zijn blauwgrijze vacht.  Maar dat laatste was voor mij niet het belangrijkste. Het was zijn imposante, bolronde uiterlijk wat mij zo aansprak. Hij straalde voor mij de hoogste knuffelfactor uit. Hij bleek te behoren tot de (toen nog zo geheten) Europese Kortharen, die je ook nog in andere kleuren had, zoals de praktisch even gedrongen en stevige Crème, de toentertijd wat minder bolle Zwarte, Witte, Rode en de spectaculair contrastrijke Silver tabby. Maar er was nog een ander ras en variëteit dat mij enorm aansprak: de Chinchilla en Shaded Silver Perzen. Hun zilveren witte vacht met aan elk haaruiteinde een zwart puntje, hun lichte gezicht met de zwart omrande smaragdgroene ogen, gaf hen een bijna etherische uitstraling. Ook van hen was ik zeer onder de indruk, hoewel ik zelf liever geen langhaar had. En toen ik ontdekte dat er ook Perzen waren in een effen kleur met wit, (in mijn ogen een Europees Korthaar kleur), bedacht ik dat, andersom, de Europees Korthaar (zoals hij toen nog genoemd werd) ook bijzonder mooi zou zijn in de kleur Shaded Silver en Chinchilla.

Dit idee heeft mij de daarop volgende jaren nooit meer helemaal losgelaten. En toen ik mij had verdiept in de genetica van de kat, kreeg ik ook enig idee hoe één en ander bereikt zou kunnen worden. Mijn (eenvoudige) plan(netje) was als volgt:
Ik zou een EKH Silver Tabby Spotted poesje kopen, met zo vaag mogelijke spotjes en te weinig zwart. Deze zou ik dan laten dekken door een Chinchilla Pers. Daarnaast wilde ik dan ook nog een Perzisch Chinchilla poesje erbij nemen (wellicht leuk voor de verjaardag van mijn moeder...). En die zou ik dan kunnen laten dekken door een EKH Silver ‘Tabby Spotted kater, met weer zo vaag mogelijke spotjes, enz. En vandaalruit met nakomelingen en beide moeders verder gaan. Helaas, dit stuitte echter op tegenstand bij mijn moeder, bij wie ik toen nog woonde. Eén poesje mocht ik er nog bij nemen, maar beslist geen twee plus het aanhouden van nakomelingen. Ik kon er met moeite enig begrip voor opbrengen. Vanaf die tijd ontwikkelde ik het spreekwoordelijke geduld van een kat.

Een aantal jaren later, inmiddels zelf showend met mijn EKH Brown Tabby poes, ontdekte ik tot mijn grote opwinding, dat er in Nederland al twee catteries bezig waren met de ontwikkeling van de EKH Silver Tipped, zoals deze kleur bij de korthaar aanvankelijk genoemd werd. Het waren Cattery Potentilla’s van mw. Philipine Hester en Cattery Judifax van Yvonne en Hendrik Wallbrink, die in dit stadium ook samenwerkten. Mw. Hester was begonnen met het katertje Fjodor from Salomo’s Garden, die uit een “per ongeluk” kruising kwam van een Chinchilla Perzische moeder en een rode Oosterse Korthaar (!) vader.

Deze niet zo voor de hand liggende oudercombinatie gaf Fjodor een min of meer Abessijns uiterlijk. In die tijd (tweede helft 70er jaren) was men ook bezig zilveren Abessijnen te fokken.Men kruiste dan b.v. een wildkleurige Abessijn met een Shaded Silver Pers. Een nakomeling uit zo’n combinatie werd gepaard aan Fjodor en hier is Mw. Hester mee verder gegaan. In die tijd hield ik uit nieuwsgierigheid voor mezelf op klad bij wat er voor verdere combinaties in Cattery Potentilla gebeurde, maar deze gegevens ben ik helaas tijdens een verhuizing kwijt geraakt.
Ook EKH Silver Tabbies en -blijkbaar voor de groene oogkleur- een Blauwe Rus (!), kwamen in dit fokprogramma voor
De Wallbrinks van Cattery Judifax gebruikten ook wel bepaalde Potentillakatten, maar zij kruisten die dan weer met Chinchilla Perzen. Dit gaf de Judifax katten een beter type. Goed, er werd wel eens een langhaartje geboren, maar so what.
Met als basis Potentilla katten is Cattery van Arcadia verder gegaan, terwijl Judifax lijnen terecht zijn gekomen bij Cattery Pennenborgh’s, later veranderd in Cattery Ruedisuëli. Bij Felikat is Cattery Jadwiga’s begonnen met als basis de poes Potentilla’s Fenja Fjodora.
Ook in Engeland bleken British Shorthair fokkers aangestoken te zijn met het “silvervirus”, zelfs nog net iets eerder dan hier in Nederland. B.v. Cattery Peerless heeft heel wat silver tipped kittens het licht doen zien. Importen hiervan gingen naar Maria Wellmeijer van Cattery Marvellous, in Duitsland. Een andere Engelse Cattery was Marcutt’s en daar importeerde Rory Carels van Felikat, de poes Marcutt’s Ultra.
Op een toenmalige rasdag werd deze poes gelanceerd als de eerste EKH Silver Tipped in Nederland. Maar dit was nog duidelijk in de tijd dat Felikat zich niet interesseerde voor wat er bij de Onafhankelijken gebeurde, want de Catteries Potentilla en Judifax waren hier toch echt de eersten. Met een wat verdere nakomeling van Marcutt’s Ultra is Hannie Janssen (Cattery Florah’s) verder gegaan.
Ikzelf zag mijn kans schoon om nu ook een poesje te kunnen kopen. Want eentje mocht in ieder geval van mijn moeder en dat zou nu dus een kant en klare kortharige Shaded Silver kunnen zijn. Bij Potentilla werden op dat moment steeds alleen katertjes geboren en bij Judifax was het na een aantal nestjes net even fokpauze. En de eerste nakomelingen van Marcut’s Ultra leken qua kleur meer op hun vader, dus Silver Tabby. Dat werd dus maar weer afwachten geblazen voor mij. Totdat ik op een goede dag een kleine advertentie zag in Het Parool: ‘Te koop EKH Shaded Silver poesjes”. De afspraak was snel gemaakt en zo toog ik naar het kleine Brabantse plaatsje Nieuwendijk, waar ik bij de familie van Harselaar eindelijk een EKH Shaded Silver poesje kon kopen. Het was Tyolet’s Kim de stammoeder van mijn Cattery Tua tha-De-Danann.(=Keltisch voor Elfen-volkje).

Doordat zij als kitten een zeer slechte eter was, zag Kim er aanvankelijk niet zo bol uit, maar toen zij eenmaal “op de pil gezet” werd, ontpopte ze zich tot een mooie EKH.
Ik liet haar dekken door Judifax Justus van Yvonne Walibrink, een lekkere bolle
kater met zeer kleine oortjes. Dit was het begin van mijn tot heden toe durende fokavontuur
Een dochter uit deze combinatie hield ik aan. Het was Lirazel de Tuatha-De-Danann, die op haar eerste tentoonstelling BIS van 3-6 maanden werd. Dit was voorlopig tevens de laatste keer dat ik een BIS behaalde. De NOK-keurmeesters van die tijd waren van mening dat een extreem korte vacht het summum was hij de EKH, voor hen klaarblijkelijk zwaarder wegend dan een bol type. De Potentilla katten waren vanwege hun “multi-raciale”-korthaar afstamming in het bezit van zo’n vacht, en sleepten in het vervolg dus altijd de hoogste prijzen in de wacht.
De Europees Korthaar Silver Tipped heet inmiddels Brits Korthaar Shaded Silver en Chinchilla. En het lijkt wel alsof de onafhankelijke keurmeesters na deze naamsverandering het bolle type gelukkig meer zijn gaan waarderen en meer begrip hebben voor de, over het algemeen, wat zachter aanvoelende vacht van de Shadeds.
Hetgeen trouwens een goed moment is om het uiterlijk van de ideale BKH Shaded Silver en Chinchilla eens onder de loep te nemen.

Zoals u weet is de bouw van de Brits Korthaar, die voor alle variëteiten geldt is als volgt:  Een ronde kop met goed ontwikkelde wangen; kleine oortjes, ver uit elkaar geplaatst; een recht kort en breed neusje met op de grens met het voorhoofd een lichte glooiing: grote, ronde, open ogen,- een stevige kin. Een stevige, kort~, brede nek. Een krachtig breed, kort lichaam met een diepe, brede borst, gedragen op korte, brede, krachtige rechte poten met brede, ronde voeten. Een dikke, niet te lange staart, breed van aanzet, en met een afgerond, niet spits toelopend einde. Alles aan de Brit moet afgerond zijn en een massieve stevige indruk maken. Vooral de katers tonen hierdoor zeer imposant. Dit alles maakt de hele uitstraling van elke goede Brit, die van een gezellige knuffelbeer De bouw van de BKH Shaded Silver en Chinchilla moet in principe hetzelfde zijn als die van de andere Britten. Toch zien we nog wel Chins en Shadeds die wat smaller ogen of wat fijntjes gebouwd zijn. Ook duikt een enkele keer de langere, smalle neus en ovale voetjes weer op. dit heeft een aantal oorzaken. Ten eerste zijn er vanaf het begin, jammer genoeg, en tot mijn grote spijt, slanker gebouwde korthaarrassen ingefokt. Ten tweede worden er voornamelijk Shaded Silver maal Shaded Silver combinaties gemaakt, vanwege het behouden en verbeteren van de vachtkleur en het selecteren op een mooiere groene oogkleur.
Bijna alle andere BKH-variëteiten hebben oranje/bruine ogen. Zou je nu bv. een wat tengere Shaded kruisen met een prachtig getypeerde Blauwe Brit, dan zou je in type en vachtstructuur waarschijnlijk wel vooruit gaan. Maar niet alleen de oogkleur zou ontzettend achteruit gaan (zou praktisch geel worden), maar ook van de sprankelende lichte Shaded Silver kleur zal niet zoveel meer over zijn. De vacht zal zeer zwaar getipped en dus veel donkerder zijn en bovendien een zeer storende en sterke ghost marking vertonen. Dat zou je na een paar generaties terugkruisen met Shaded/Chin wel weer opgehaald hebben, maar dan heb je waarschijnlijk ook weer het oorspronkelijke tengere type. Je zou dus eigenlijk, om het zwaardere type vast te houden, twee maal (dus van twee kanten), moeten uitkruisen met een gedrongen, bolle blauwe of zwarte Brit. Maar zoals gezegd, dan ben je eigenlijk al niet meer bezig met de kleur Shaded Silver. Vandaar dat dit maar zo weinig is gedaan. En ten derde is het dan ook nog zo dat de Britse Chins en Shadeds die wel ontstaan zijn uit de voor de hand liggende kruising Silver Tabby BKH/EKH maal Chinchilla Pers, zoals b.v. mijn eersteling Tyolet’s Kim, a.h.w. te “lijden” hadden onder de ook wat lichtere bottenstructuur van deze twee rassen. En dat kwam weer omdat zij op hun beurt, ook voornamelijk onderling gekruist werden.

In die tijd dat de EKH Silver Tipped ontwikkeld werd, kwamen net de eerste zeer getypeerde en zwaarder gebouwde Perzische Shaded Silver importen uit Amerika naar Nederland, bv. de toen bekende kater Wicklow Shillelagh. Maar de Silverkorthaar fokkers van die tijd durfden dat nog niet aan; aan zulke platte gezichten waren ze nog niet gewend. Maar mijns inziens hadden ze dat best kunnen doen. Tegenwoordig is de BKH Chin en Shaded inmiddels veel beter van type. Resultaat van kruisingen met Silver Exotics, mooi getypeerde Silver Perzen en een goede selectie. Ook deze Shaded Silver Brit heeft nu het uiterlijk van een knuffel(ijs)beer. Alleen op kittenleeftijd kan de Shaded in verhouding wel wat achterblijven bij de andere Britten, wat type betreft, maar tijdens het opgroeien haalt hij dat meestal allemaal wel weer in. De vachtkleur is natuurlijk zijn meest opvallende kenmerk. Het geeft deze Brit zijn wonderschone, sprookjesachtige verschijning. De naam “ShadedSilver” zou je vrij kunnen vertalen met “beschaduwd zilver” of met “zilveren schaduw”. (Het lijkt wel de naam van een Indianen-opperhoofd!). En dat is ook wat je ziet bij de Shadeds. Als het goed is, vertoont een Shaded een ongetekend zuiver zilver met een duidelijk zichtbare shaduw, die vrij is van enige tabbytekening en die op de flanken naar beneden geleidelijk minder wordt. Het sprankelende licht zilveren effect ontstaat doordat elke haar (met uitzondering van die op de buik, kin, borst en onderkantvan de staart), een klein zwart topje heeft, de z.g. “tipping”, terwijl de rest van het haar zo wit mogelijk is. Deze tipping moet gelijkmatig zijn verdeeld, waardoor het sprankelende effect wordt bewerkstelligd en het is juist deze gelijkmatige verdeling van de tipping die belangrijker is dan het feit of er een meer of minder geprononceerde tipping op de haren aanwezig is.

Het verschil tussen een Shaded en een Chin zou simpelweg in de lengte van de tipping zitten. Maar zo simpel ligt het bij de korthaar niet. Ten eerste is de haar lengte korter dan die van de Pers. En dat maakt de verhoudingsverschillen van de tipping tussen een Shaded en een Chin wel heel klein. Waar “eindigt” een Chin en wanneer begint een lichte Shaded? Ik weet het niet precies. Bovendien worden ook in de verschillende standaards (GCCF, Fifé, oude Prosé-, en b.v. de nieuwe nog niet gepubliceerde Concept Standaard van het NOK), verschillende tipping-lengtes gehanteerd. Ook in verschillende landen hanteert men verschillende normen. In Engeland is de Shaded niet erkent en laat men zwaarder getipte katten samen met hun lichtere soortgenoten onder de groep “Chinchilla” vallen. In Nederland en andere Europese landen zijn de sporen aan de achterpoten het criterium tussen een lichte Shaded en een Chin. Is er bij een zeer lichte kat ook maar iets van schaduw op de sporen dan spreekt men al niet meer van een Chinchilla. Ook omgekeerd kan men soms moeilijk doen. Zo hoorde ik eens van een Fifé-BKH-fokster, dat op een buitenlandse show een keurmeester bij alle Nederlandse Shaded Silvers, de titels had ingehouden vanwege het feit dat deze katten geen tot bijna geen sporen hadden. En daar waren prachtige exemplaren bij! In Amerika is men daarentegen weer niet zo kinderachtig. Als de kat in kwestie eruit ziet als een Chin, ook al hebben de sporen ietwat schaduwtekening, dan noemt men zo’n kat ook een Chin, en andersom.

En hoe ziet dan zo’n Chinchilla er uit? Wel, op het eerste gezicht wordt de indruk verkregen van een witte kat, maar bij nadere beschouwing blijkt hij een hele lichte waas over zijn lichaam te hebben. Zijn gezicht is ook praktisch wit, terwijl de Shaded op de neusbrug en onder de ogen een geprononceerde “tippingveeg” heeft, die hem een charmante expressie geeft. Er worden bij de BKH nog niet zo vaak Chinchilla’s geboren
Daarvoor is blijkbaar een langer durende selectie nodig. Ikzelf geef de voorkeur aan een licht- tot midden Shaded Silver, als hij maar egaal en toch sprankelend van kleur is. In ieder geval, BKH-Shaded Silver en Chinchilla katten zijn van een aansprekende schoonheid. Ik heb nog nooit iemand meegemaakt, die ze niet mooi vond. De Silvers hebben dan ook vanaf hun introductie bij de BKH, een zeer constante en gestage opmars gemaakt. Is de Blauwe Brit al sinds jaar en dag nummer 1 in populariteit, te meten aan het aantal inschrijvingen op shows, de Shaded Silver werd al gauw (zeker bij de Fifé) een goede tweede, de Creme en Blauw-Creme voorbij strevend. Ik was eens op een Felikat-show waar maar liefst 22 Shadeds en 2 Chins (ja, BKH!), waren ingeschreven. De laatste tijd is er niet meer zo’n duidelijke tweede kleur na Blauw. De Chocs en Lilacs zijn in opmars, evenals de Parti-Colours. Samen met de Silver Tabbies handhaaft de Shaded zich ook nog steeds in dit populaire gezelschap.

Hoe komt de Shaded Silver nu aan zijn aansprekende kleur? Oftewel, hoe ziet zijn kleurgenenpakket er uit? Hiervoor moeten we een beetje in de genetica duiken. De Shaded Silvers en Chinchilla’s danken hun zo treffende uiterlijk n.l. aan een combinatie van een aantal enkelvoudige genen, uiteraard in zeer belangrijke samenwerking met polygenen. Ten eerste valt de zilveren kleur op Zilver wordt veroorzaakt door het Inhibitor gen Dit is een dominant gen; d.w.z dat wanneer een kat maar één zo’n gen heeft hij toch die eigenschap, in dit geval een zilveren “kleur”, vertoont. Het inhibitor-gen wordt weergegeven met het symbool I. Inhibitor zou je kunnen vertalen met “afremmer~. Wat doet dit gen, namelijk? Het zorgt ervoor dat tijdens het groeien van de vacht, op een gegeven moment geen pigment meer wordt aangemaakt, in die delen van het haar waar toch al minder melanine zit. Dus aan de haarbasis, of bij een Tabby op de wildkleurige “haarbandjes”.Alle katten dragen een Tabby-patroon; Bij effen katten is dit meestal bij kittens zichtbaar als ghostmarking. De verschillende Tabby-patronen (Aby-tabby, Mac-kerel, Spotted en Blotched), worden pas echt zichtbaar als de kat ook één of twee genen voor Agouti bezit, en dus echt een Tabby genoemd kan worden. Het Agouti-gen veroorzaakt in b.v. een zwarte kat de wildkleurige haarbandjes, zoals bij een Abessijn. Wanneer een Tabby kat ook één of twee Inhibitor-genen bezit, ontstaat er een Silver Tabby. Wanneer een effen gekleurde, dus een non-agouti kat, één of twee Inhibitor-genen heeft, zien we hem “veranderen” in een Smoke. Shadeds en Chins bezitten, net als alle katten, twee genen voor een Tabby-patroon (Dit kunnen genen voor hetzelfde of voor twee verschillende patronen zijn. Ook Tabby-patronen vormen een aflopende reeks in dominantie; zie de opsomming in volgorde van dominantie hier even boven). Als het goed is vertonen Shadeds en Chins hun Tabby-patroon echter niet. En toch is het een Agouti kat! Dit komt omdat er bij de Chins en Shadeds op twee eigenschappen een selectie is toegepast. Enerzijds op polygenen die het Tabby-patroon zoveel mogelijk uiteen doen vallen en anderzijds op het hebben van zo weinig mogelijk haarbandjes, c.q. alleen eentje aan de haarpunt, en deze dan ook nog zo kort mogelijk, vooral bij de Chinchilla (In tegenstelling tot de Abessijn, die zoveel mogelijk bandjes moet hebben). Omdat de haarschacht, wat melanine betreft, dus bijna “leeg” is, voelt de vacht zachter aan. In wezen zijn Shaded Silvers en Chinchilla’s niets anders dan, onder invloed van deze poly-genetische factoren, verbleekte Silver Tabbies. Bij mijn pas geboren kittens kon ik vroeger altijd zien welk Tabby-patroon zij droegen. Blotched of Gemarmerd was dan het meest ongunstig om tot een egale “sluier” te ontwikkelen. Vage spotjes zijn beter. Ook het Aby-tabby-patroon is natuurlijk zeer gunstig en meteen al egaal, maar persoonlijk vind ik het minder sprankelend. Maar dat is een kwestie van smaak. (Om tot een echte effen gekleurde rode of creme te komen is het natuurlijk ideaal!). De laatste jaren worden er kittens geboren, die al zoveel genen voor het uiteen vallen van het Tabbypatroon bezitten, dat ze op het eerste gezicht al meteen bij de geboorte, nagenoeg egaal lijken. Pas na een zeer grondige inspectie, met een geoefend oog, kan ik dan zien dat het meestal toch om een geruit soort Spotted gaat. Tot nog toe heb ik het eigenlijk steeds gehad over Shadeds en Chins met zwarte haarpuntjes; maar ook een blauwe (dd), een chocolate (bb>, en een lilac (ddbb) tipping zijn mogelijk. Dit zijn allemaal afgeleiden van het zwarte haarpigment, oftewel Eu-melanine. Het is natuurlijk ook mogelijk dat een Phaeo-melanine kat (dus een rode) de genen I en A (Agouti) bezit en dan ontstaat de Red (DD of Dd) of Creme (dd) Shaded Silver of de Red- of Cream Silver Tabby, dit laatste al naar gelang de meewerkende poly-genetische factoren. (Deze kleuren worden ook wel Red of Cream Shaded Cameo genoemd en Red of Cream Tabby Cameo). Door de zilveren ondervacht met de rode tipping ontstaat een warme pastelkleur die deze variëteit een zeer hoog “knuffelspeelgoedbeest” factor meegeeft. Uit twee Shadeds die fokonzuiver voor zilver zijn, dus ieder maar één Inhibitor gen bezitten (dûs Ii maal Ii), kan ook een Shaded Golden (ii Aa TsTs> nakomeling geboren worden. En dit alles is dan ook nog mogelijk in alle Tortie kleuren. U ziet een fascinerende kat, ook op genetisch gebied. U kunt dit alles veel uitgebreider nalezen in de genetica-artikelen van Tjerk Huisman. Ook in de Golden met zijn warme abbrikooskleur is de laatste tijd in opmars bij de fokkers.Mijn voorkeur blijft voorlopig nog uitgaan naar de Zwart Shaded Silver, mede ook, en daar heb ik tot nu toe nog geen melding van gemaakt, vanwege zijn prachtig “opgemaakt” gezicht: De zwarte “eyeliner” rondom de groene ogen, die hem een prachtige, levendige expressie geeft; het fijne zwarte lijntje om zijn steenrode neusje en zijn zwarte lipranden.

Al met al is de Brits Korthaar Shaded Silver dus helemaal mijn favoriete kat, die ook bij veel andere mensen in de smaak valt. En vanwege zijn feeërieke uitstraling en hoge zilvergehalte past hij zeer goed in het Decembernummer van Uw lijfblad. Hij kan bij wijze van spreken. zô de kerstboom in. Maar 0 jee, ik moet hier stoppen, want dat hebben mijn Shadeds zelf ook al bedacht....
 

Marianne Ates