Silver en Golden

Silver en Golden tabby

 
Genetica - Over zilver en goud
 
Eén van de meest fascinerende uiterlijke kleurveranderingen van de kat is de zilverfactor. Een erfelijke eigenschap die gevonden wordt bij wilde katten, raskatten en huiskatten. Alles over zilver en zijn tegenhanger goud, leest u dit artikel over genetica.
 
Geen Kleur

Zilver is geen kleur, maar een erfelijke factor die de aanwezige vachtkleur en/of het patroon er optisch anders doet uitzien. Bij katten
die een tabbypatroon vertonen verwijdert de zilverfactor de warme grondkleur, waardoor het patroon in plaats van op een lichte versie van de hoofdkleur, nu op een zilverwitte ondergrond ligt. Bekende voorbeelden zijn de zilvergemarmerde en de -gevlekte Brits Korthaar, bekend uit diervoedingsreclame. Maar ook de witte tijger is een kleurvariant die zilver genoemd kan worden: in plaats van zwarte strepen die op een geelachtige grondkleur liggen, zijn deze nu geplaatst op een zilverwitte ondergrond. Bij katten zonder tabbypatroon ziet een 'zilver' dier er op het oog vaak gewoon gekleurd uit, maar als je het haar uiteen duwt, zie je dat de aanzet van elke haar - dus vanaf de haarwortel gezien - ontkleurd, dus zilverwit is. Dit effect werd al vroeg in de kattenwereld beschreven als 'smoke', omdat een kat met dit verschijnsel er 'rookkleurig' uit kan zien. Hoewel het fenomeen bij tabbykatten 'zilver' wordt genoemd en bij effen katten 'smoke', gaat het hier dus om dezelfde genetische eigenschap.
 
Historie

Katten met de zilverfactor worden over de hele wereld aangetroffen. Een van de allereerste zilverkleurige Perzen was een langharige kat die meer dan honderd jaar geleden uit India meegenomen werd door een Engelse kattenfokster. Maar ook in Europa en Amerika komen onder huiskatten en raskatten variëteiten en exemplaren voor die zilver vertonen. Bij veel kattenrassen is de factor door fokkers erg mooi uitontwikkeld tot exemplaren die een prachtige expressie van het gen in vele vormen en kleuren en patronen hebben. De reden van het wereldwijd voorkomen van het zilvergen is dat deze eigenschap voor een kleine jager als de kat geen voor- of nadelen met zich meebrengt. De meeste katten zijn in het bezit van een tabbypatroon om niet op te vallen in de bosschages. En of je tabbypatroon nu wel of niet op een zilverwitte ondergrond ligt, maakt niet zo veel uit voor je 'onzichtbaarheid' voor de prooi. Het gemiddelde prooidier is kleurenblind en ziet het patroon - en dus de kat zelf, aan voor lover in de schaduw.
 
Zilver bij tabby katten

Zilverkleuring wordt veroorzaakt door een dominante factor met als symbool I. De I staat voor 'Inhibitor', dus 'remmer', en slaat op de
pigment-aanmaak die in de haren geremd wordt. Bij de zilvertabbies zijn er specifieke cellen, melanocyten genaamd, die normaliter kleurstof (melanine) produceren. Maar als de kat beschikt over één of twee I-genen, zullen deze cellen niet overal meer kleurstof aanmaken. In dit geval wordt de aanmaak geremd in die haardelen die bij een niet-zilveren kat bruin-beigeachtig zouden worden. Het gekleurde tabbypatroon ligt dan niet meer op een bruinbeige-achtige, maar op een zilverwitte ondergrond. Microscopisch gezien kun je overigens niet zeggen dat de aanmaak volledig geremd wordt. Vaak zijn de uiteinden van de haren tussen het patroon in nog steeds gekleurd, maar het geheel ziet er op het oog zilverwit uit. Het I-gen kan inwerken op alle kleuren, zoals zwart en alle verdunningen en afleidingen daarvan, en rood en crème. De kleur in het tabbypatroon zelf blijft bestaan, maar de ondergrond verandert in zilverwit.
 
Zilver bij effen katten

De zilverfactor heeft een wat ander effect op katten zonder tabbypatroon, katten die dus effen van kleur zijn. Hier zorgt het I-gen
ervoor dat er op iedere haar deels geen pigment aangemaakt wordt. Als je een haar van zo'n zogenaamde 'smoke' kat bestudeert, zie je dat de aanmaak van de kleurstof melanine geremd wordt vanaf de wortel van elke haar, en dat de bovenste helft tot tweederde naar de punt toe gewoon gekleurd blijft. Dit geeft bij een opwaaiende vacht het 'rookkleurige effect', wat vooral bij langharige dieren een spectaculair gezicht kan opleveren. Ook hier weer is het ontkleurde deel zilverwit, onafhankelijk van de vachtkleur van de kat.
 
Voorkomen en variatie

Het I-gen doet zijn werk niet alleen. Zo zijn er 'helpers', polygenen, die de expressie bepalen. En dat verklaart het verschil dat er kan
bestaan tussen effen gekleurde zilveren dieren, de smokes. Sommige vertonen een prachtig contrast waarbij de helft van elke haar ontkleurd is en die er dan ook duidelijk als zilvers uitzien. Andere (met weinig expressie-polygenen) zien er niet uit als zilvers - slechts door goed te zoeken kun je op bepaalde plaatsen van de vacht haren vinden waarvan enkel een klein stukje van de basis zilverwit is. Dit zorgt nogal eens voor verwarring bij fokkers, want als de zilverfactor niet opgemerkt wordt, wordt zo'n kat niet als smoke geregistreerd en blijkt door zijn vererving vaak pas dat hij of zij het wel degelijk is! Deze dieren worden daarom op z'n Engels wel 'low grade smoke' genoemd: een smoke in lage gradatie. Dit fenomeen komt het meest voor bij die rassen waar het I-gen niet specifiek geperfectioneerd wordt, zoals bij zogenaamde natuurrassen als de Noorse Boskat en de Maine Coon. Ervaren fokkers van deze rassen weten dan ook dat ze bij twijfel een kitten altijd als 'smoke' moeten inschrijven om eventueel latere stamboekperikelen te voorkomen. Uit een smoke kan namelijk wel weer zilver cq. smoke komen, ook als de partner een niet-zilver of -smoke is, maar uit een kruising van een niet-smoke met een niet-smoke is dit niet mogelijk vanwege de dominante verervingswijze van het I-gen.
 
Taankleur en rufisme

Een ander voorkomend fenomeen, veroorzaakt door polygenen, treedt op bij zilvertabby katten. Bij deze katten kunnen sommige delen van de vacht (te vinden op poten en kop) 'taankleur' vertonen. Dit is een bruinige gloed die het mooie van het zilver doet verminderen. Het komt voor bij alle rassen en de oorzaak ligt in de I-factor, die in een dergelijk geval onvoldoende polygenen heeft om een complete blokkade voor de aanmaak van phaeo-melanine te bewerkstelligen. De taankleur is dan ook eigenlijk de echte grondkleur die op bepaalde plekken doorbreekt. Dit verschijnsel wordt als een kleurfout aangemerkt bij kattenrassen waar specifiek op een goede doorkleuring geselecteerd wordt. Er wordt wel eens verondersteld dat je, door te selecteren op een lichte grondkleur, taankleur zou kunnen doen afnemen, maar dit is onjuist. De taankleur wordt dan enkel wat minder duidelijk zichtbaar. Alleen een continue selectie op goed zilveren dieren leidt tot afname. Ook is taankleur gekoppeld aan warmte en klimaat. Bij koud en vochtig weer is de enzymhuishouding van een kat anders en kan een dier tijdelijk taankleur vertonen. De nieuwe haren hebben dan onvoldoende 'remming' meegekregen. Ook bij zwangerschap werken de polygenen vaak niet goed en kan een prachtige zilveren kat er bruinig uitzien. Tijdelijk optredende bruinige verkleuring zoals hier omschreven wordt ook wel rufisme genoemd.
 
Bekende zilvervariëteiten

Zilver is van oudsher in een aantal rassen een factor geweest waar fokkers zich graag op richtten. En een jarenlange selectie op een goed
afgetekend tabbypatroon liggend op een spierwitte ondergrond heeft veel mooie dieren opgeleverd. Zilvertabbies zijn het bekendst in een van de
meest populaire korthaarrassen, de Brits Korthaar. Bij de Pers zijn vooral twee andere vormen van het zilver populair. De oudste van de twee
is de smoke Pers, waarbij het rookeffect door de extreem lange vacht prachtig uitkomt. De andere is de shaded silver Pers, een variëteit die
oorspronkelijk ontwikkeld is uit zilvertabby Perzen. Door het jarenlang selecteren op dieren met het vaagste tabbypatroon, waarmee al begonnen
werd in 1880, hebben fokkers bereikt dat het patroon enkel nog als een schaduw (vandaar het woord 'shaded') op de vacht ligt. De lichtere vorm
van 'shaded' wordt, afhankelijk van de eigenlijke vachtkleur, 'shell', 'tipped' of 'chinchilla' genoemd. Het I-gen ontkleurt hier alle haren
vrij gelijkmatig. Het effect is een sprankelend zilverwit dier met lichte schaduw. Een heel aparte zilvertabbyvorm komt voor bij de
zilverkleurige Abessijn en zijn langharige dochterras de Somali. Dit ras heeft van nature een tabbypatroon met enkel nog ticked tabby haren zoals
dat van een wild konijn. Er is dus geen streep-, vlek- of gemarmerd tabbypatroon aanwezig. Door het toevoegen van de zilverfactor levert dit
dieren op waarbij elk haartje vanaf de basis zilverwit is, met enkel nog twee of drie bandjes kleur op de uiteinden.
 
Goud of golden

Tot slot dan nog de 'kleur' goud, meestal, zoals zo vaak in kattenland, op z'n Engels aangeduid als 'golden'. Dit is een term die eigenlijk
enkel gebruikt wordt binnen een paar rassen (Pers, Exotic en Brits Korthaar) waar er bij de zilveren kleurslagen een jarenlange foktraditie heerste van het enkel zilvers met elkaar kruisen. Omdat zilver dominant is kwamen er uit deze combinaties meestal enkel zilveren nakomelingen. Maar soms verhuisde stiekem de recessieve tegenhanger van het I-gen, i (niet-zilver), generaties mee in foklijnen. Werden twee dieren die niet fokzuiver voor I waren (Ii) met elkaar gekruist, dan konden er logischerwijs weer niet-zilveren nakomelingen (ii) uit voortkomen. Vooral bij de fok van shell- en shadedzilver Perzen en Britten werden en worden deze aparte katten met hun zwarte schaduw op een beigebruine (want niet-zilveren) ondergrond zeer bijzonder gevonden. Deze bezaten nog wel de 'shaded' polygenen waardoor het patroon vervaagd was tot een sluier, maar dit lag nu weer op een niet-zilveren goud-bruine ondergrond. Fokkers leek het woord 'golden' voor deze kleurslag een prima term. In essentie zijn dit dus weer gewone niet-zilvertabbies, maar met enkel nog een shaded sluier in plaats van een duidelijk patroon. Ook uit doorgefokte zilvertabbies mét een patroon kwamen echter zo nu en dan niet-zilver nakomelingen. Ook hiervoor werd de term 'golden' , nu uiteraard 'golden-tabby' geïntroduceerd, Omdat deze dieren, net zoals hun zilvertabby ouders groene ogen hebben en in de standaad voor "gewone" tabbies die niet uit zilver voorkomen historisch gekozen was voor oranje ogen, is het woord "golden" dus geen genetisch begrip, maar betreft het hier een tabby kat met groene ogen. Een goldentabby is dus eigenlijk enkel erfelijk verschillend van een gewone tabby door het bezit van die groene ogen en stamt altijd uit zilver lijnen. Tegenwoordig zijn bij Pers en Brit ook zilvertabbies toegestaan met oranje ogen. De niet zilver tabbies die hieruit komen heten dan weer gewoon zwarttabby (of de verdunningen daarvan) en niet golden tabby. Dit omdat hún oogkleur uiteraard ook weer oranje is.
 

Mimy Sluiter


[Dit artikel is in 2000 verschenen in het maandblad "Kattenmanieren" en
overgenomen met toestemming van de auteur]